ECLI:NL:CRVB:2016:2119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot kwijtschelding studieschuld wegens niet voldoen voorwaarden beleid
Appellant heeft in het verleden studiefinanciering ontvangen, waaruit een studieschuld is voortgekomen die hij moet terugbetalen. De minister heeft bij besluit vastgesteld dat de aflosperiode is geëindigd en dat appellant het restant van de lening niet meer hoeft te betalen, maar dat achterstallige termijnen nog voldaan moeten worden. Appellant verzocht om kwijtschelding van zijn studieschuld, maar dit verzoek werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij niet in een situatie verkeert die binnen het kwijtscheldingsbeleid valt en er geen schending is van het vertrouwensbeginsel. In hoger beroep stelde appellant dat de minister een onvoorwaardelijke toezegging had gedaan dat zijn schuld was kwijtgescholden wegens verjaring, en dat de invordering onzorgvuldig was verlopen.
De Raad oordeelde dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden van het kwijtscheldingsbeleid en dat de brief van de minister niet als onvoorwaardelijke kwijtschelding kan worden gezien. De invordering valt buiten het bestuursrechtelijke geding en dient civielrechtelijk te worden aangevochten. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot kwijtschelding van de studieschuld blijft ongegrond.