Uitspraak
10 december 2014, 14/4532 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, met de diagnose PDD-NOS, vroeg een Wajong-uitkering aan die door het UWV werd afgewezen omdat zij naar oordeel van het UWV in staat is ten minste 75% van het maatmaninkomen te verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat zowel de medische als arbeidskundige beoordeling zorgvuldig en deugdelijke grondslag hadden.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen en begeleidingsbehoefte onderschat zijn, met name vanwege haar specifieke problematiek rond PDD-NOS en de complexiteit van sociale situaties. Zij stelde dat een urenbeperking noodzakelijk is en dat per functie moet worden toegelicht hoe aan haar begeleidingsbehoefte wordt voldaan.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig en juist is, inclusief de aanvullende rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De beperkingen en begeleidingsbehoefte zijn adequaat in kaart gebracht, en er zijn geen medische gronden voor een urenbeperking. De algemene toelichting op de begeleidingsbehoefte is voldoende, mede omdat een jobcoach kan worden ingezet om de leidinggevende te instrueren.
Op grond hiervan bevestigt de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag van appellante voor een Wajong-uitkering wordt afgewezen omdat zij meer dan 75% van het maatmaninkomen kan verdienen en de begeleidingsbehoefte adequaat is vastgesteld.