ECLI:NL:CRVB:2016:2080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Buiten behandeling stellen van bijstandsaanvraag wegens ontbreken bankafschriften
Appellante diende op 28 oktober 2014 een aanvraag om bijstand in. Het bestuur verzocht haar meerdere malen om aanvullende bankafschriften van haarzelf en haar kinderen over te leggen, maar appellante reageerde niet op deze verzoeken. Hierdoor kon het bestuur geen volledig beeld krijgen van haar financiële situatie.
Het bestuur stelde de aanvraag op 16 december 2014 met toepassing van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten behandeling. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat het ontbreken van enkele bankafschriften niet tot het buiten behandeling stellen van haar aanvraag had mogen leiden en dat het bestuur de bevoegdheid te rigide had toegepast.
De Raad oordeelde dat het bestuursorgaan bevoegd is een aanvraag buiten behandeling te stellen indien de gevraagde gegevens ontbreken en dat de financiële situatie een essentieel gegeven is voor de beoordeling van de bijstandsaanvraag. Appellante had geen uitstel gevraagd en niet gereageerd op de verzoeken om aanvullende gegevens. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt buiten behandeling gesteld wegens het niet overleggen van alle gevraagde bankafschriften.