ECLI:NL:CRVB:2016:2048
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens passende arbeid ondanks lichte verstandelijke beperking
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor arbeids- en inkomensondersteuning op grond van de Wet Wajong. Na onderzoek door een verzekeringsarts is vastgesteld dat appellant een zeer lichte verstandelijke beperking heeft, zelfstandig functioneert maar hulp nodig heeft bij complexe taken. De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant met de beperkingen passende functies kan vervullen zonder arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de diagnose en de beoordeling van de arbeidsmogelijkheden juist waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen ernstiger zijn door hersenbeschadiging en dat hij volledig arbeidsongeschikt is, onderbouwd met eerdere psychologische rapporten.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en stelt vast dat appellant geen nieuwe medische stukken heeft overgelegd die het eerdere oordeel weerleggen. De functies die appellant kan vervullen zijn eenvoudig en productiematig, waarbij begeleiding door collega’s volstaat. De stelling dat appellant nooit inkomen kan verwerven is juridisch irrelevant voor de Wajong-beoordeling.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-aanvraag bevestigd.