ECLI:NL:CRVB:2016:2020
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim bij weigering re-integratiewerkzaamheden
Appellante was sinds 2003 werkzaam als ambtenaar bij de gemeente Leidschendam-Voorburg en was vanaf december 2010 arbeidsongeschikt door psychische klachten. Na een reorganisatie werd zij herplaatsingskandidaat. In 2013 meldde zij zich beter en startte zij een re-integratietraject bij een andere afdeling.
Ondanks meerdere waarschuwingen en een deskundigenoordeel van het UWV dat zij geschikt was voor haar werk, weigerde appellante de opgedragen passende werkzaamheden te verrichten. Het college staakte daarop de loondoorbetaling, schorste haar en legde uiteindelijk ontslag op wegens plichtsverzuim.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college terecht handelde en de straf niet onevenredig was. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat volledige arbeidsgeschiktheid geen rechtvaardiging biedt voor weigering van passend werk. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens plichtsverzuim bevestigd.