Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant werd door het Zorginstituut aangemeld als wanbetaler in de zin van de Zorgverzekeringswet (Zvw), waarna een bestuursrechtelijke premie via broninhouding op zijn inkomen werd ingehouden. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat de zorgverzekeraar hem ten onrechte als wanbetaler had aangemeld en dat zijn inkomen onterecht onder de beslagvrije voet was gebracht. Tevens verzocht hij om schadevergoeding.
Het Zorginstituut trok het eerste besluit in en stelde een nieuw besluit in de plaats, waarin het bezwaar tegen de verschuldigdheid en hoogte van de premie niet-ontvankelijk werd verklaard en het bezwaar tegen de inning ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel belang had bij het bezwaar en beroep tegen het eerste besluit vanwege geleden schade en stelde dat de rechtbank het proces niet goed had behandeld. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het bezwaar tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk was omdat dit besluit was ingetrokken en appellant geen belang meer had. Tevens bevestigde de Raad dat de rechtsmiddelen van de Awb niet openstaan tegen besluiten over de verschuldigdheid en hoogte van de bestuursrechtelijke premie en dat het Zorginstituut bij broninhouding niet gehouden is rekening te houden met de beslagvrije voet.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt, bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk, en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.