ECLI:NL:CRVB:2016:1961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vernietiging terugvorderingsbesluit WW-uitkering met loonheffing
Betrokkene ontving een WW-uitkering die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) werd herzien en teruggevorderd. Bij verschillende besluiten werden de uitkering herzien, een boete opgelegd en het teruggevorderde bedrag verhoogd met loonheffing.
Betrokkene maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarna de rechtbank het beroep gegrond verklaarde en onder meer het besluit tot verhoging met loonheffing (primair besluit III) vernietigde. Betrokkene had haar beroep echter uitsluitend gericht tegen de opgelegde boete.
De Centrale Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte primair besluit III vernietigde, omdat dit besluit niet betwist was en de loonheffing niet op de boete van toepassing is. Het hoger beroep van het UWV slaagt en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover primair besluit III is vernietigd. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover primair besluit III is vernietigd en handhaaft het besluit over de terugvordering met loonheffing.