Uitspraak
OVERWEGINGEN
waarin is geconcludeerd dat de noodzaak voor hulp bij het huishouden niet kan worden vastgesteld omdat het vermogen van de kinderen tot het verlenen van gebruikelijke zorg niet kan worden beoordeeld. Appellante heeft haar stelling dat de kinderen geen gebruikelijke zorg kunnen verlenen, ook in hoger beroep niet met objectieve (medische) gegevens onderbouwd. Onder deze omstandigheden kan niet worden vastgesteld of appellante recht heeft op hulp bij het huishouden, zodat het college haar aanvraag terecht heeft afgewezen.