ECLI:NL:CRVB:2016:1902
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om buiten invordering stellen of uitstel invordering vakantiegeld bij bijstand
Appellanten ontvingen bijstand en werden geconfronteerd met een terugvordering van bijstand over de periode 1997-2009, die door het college werd geïnd via verrekening met vakantiegeld. Appellanten verzochten om kwijtschelding of uitstel van invordering vanwege psychisch lijden van appellante.
De Raad stelde vast dat het besluit tot terugvordering en invordering onherroepelijk was en dat het geschil zich richtte op de vraag of het college op grond van bijzondere omstandigheden het verzoek tot buiten invordering stellen of uitstel moest honoreren. Een psychologisch rapport concludeerde dat appellante al jaren leed aan een paniekstoornis en dat het inhouden van vakantiegeld een versterkende factor was, maar niet leidde tot ondraaglijk lijden.
De Raad oordeelde dat de invordering geen onaanvaardbare of ondraaglijke gevolgen had voor appellante en dat het college daarom niet verplicht was het verzoek toe te wijzen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om buiten invordering stellen of uitstel van invordering van de bijstandsvordering is afgewezen wegens ontbreken van ondraaglijk lijden.