ECLI:NL:CRVB:2016:1875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-wonen op inschrijfadres
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar studiefinanciering, waarbij zij vanaf januari 2012 als thuiswonend werd aangemerkt en een te veel ontvangen bedrag van €4.826,25 werd teruggevorderd. Zij stelde dat zij wel degelijk op het adres in de basisregistratie personen (brp) woonde en verwees naar getuigenverklaringen en eigendommen in de woning.
De Raad oordeelde dat het onderzoek door de minister zorgvuldig was uitgevoerd, ook zonder aanwezigheid van appellante bij het huisbezoek. De controleurs hadden vrijwel geen persoonlijke eigendommen van appellante aangetroffen, hetgeen niet werd weerlegd door de getuigenverklaringen die onvoldoende concreet waren over de relevante periode. De taalvaardigheid van de hoofdbewoonster was voldoende om het onderzoek correct te laten verlopen.
Daarmee kon niet worden afgeweken van het oordeel dat appellante niet op het adres woont waarop zij in de brp staat ingeschreven. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd bevestigd en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De herziening van de studiefinanciering wordt bevestigd en het te veel betaalde bedrag wordt teruggevorderd.