ECLI:NL:CRVB:2016:1871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor laatst verrichte arbeid
Appellante, werkzaam als verzorgende nachtdienst, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en ontving een WW-uitkering. Het UWV stelde op basis van een onderzoek door een verzekeringsarts vast dat zij geschikt was voor haar laatst verrichte arbeid en beëindigde het recht op ziekengeld per 15 mei 2014.
Appellante maakte bezwaar en bracht medische informatie in, waaronder een verwijzing naar een mogelijke conversiestoornis. De verzekeringsarts bezwaar en beroep voerde aanvullend onderzoek uit en handhaafde het standpunt dat appellante geschikt was voor lichte werkzaamheden passend bij haar functie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de verzekeringsarts zijn oordeel zorgvuldig en inzichtelijk heeft gemotiveerd. De aanvullende medische informatie bevatte geen nieuwe gezichtspunten die aanleiding geven het standpunt te wijzigen. Er is onvoldoende medische onderbouwing voor de conversiestoornis en geen reden voor benoeming van een onafhankelijk deskundige.
De Raad bevestigt daarom het besluit van het UWV dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld vanaf 15 mei 2014. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld vanaf 15 mei 2014.