ECLI:NL:CRVB:2016:187
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellant ontving bijstand als alleenstaande, maar het college startte een onderzoek na anonieme tips dat hij woonde bij zijn ex-vrouw, appellante. Uit verklaringen van appellant zelf en onderzoek bleek dat hij gedurende de periode van 31 maart 2013 tot 30 september 2013 zijn hoofdverblijf had in de woning van appellante, waarmee sprake was van een gezamenlijke huishouding. Hierdoor had appellant geen recht op bijstand als alleenstaande.
Appellant voerde aan dat zijn verklaringen onjuist waren en dat hij psychische klachten had, maar de Raad oordeelde dat zijn verklaringen zonder voorbehoud waren afgelegd en ondertekend, en dat de verklaringen van familieleden onvoldoende objectief waren om het besluit te weerleggen. Het college was daarom bevoegd de bijstand in te trekken en de ten onrechte ontvangen bedragen terug te vorderen.
De rechtbank had de beroepen van appellant en appellante ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van bijstand en terugvordering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding worden bevestigd.