ECLI:NL:CRVB:2016:186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing op bezwaar bijzondere bijstand woninginrichting
In deze zaak stond de vraag centraal of betrokkene bijzondere bijstand kon krijgen voor de kosten van woninginrichting en of deze bijstand als lening of om niet moest worden verstrekt. De Raad had in een eerdere tussenuitspraak vastgesteld dat appellant zich nader moest beraden over deze kwestie.
Appellant heeft vervolgens een nadere beslissing genomen waarbij bijzondere bijstand om niet werd toegekend voor volledige stoffering en inrichting van de woning. Betrokkene heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zijn zienswijze op deze beslissing te geven.
De Raad oordeelt dat appellant met deze nadere beslissing aan de bezwaren van betrokkene geheel tegemoet is gekomen. Daarom wordt het deel van de aangevallen uitspraak vernietigd dat appellant opdraagt een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. De rest van de uitspraak wordt bevestigd omdat het hoger beroep geen doel meer heeft.
Er is geen sprake van proceskostenvergoeding voor betrokkene. De Raad legt appellant een griffierecht van € 493,- op.
Uitkomst: De Raad vernietigt het deel van de uitspraak dat een nieuwe beslissing op bezwaar vereist en bevestigt de rest.