ECLI:NL:CRVB:2016:1777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van Zeben-de Vries
- M.C. Bruning
- L. Koper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig hoofd technische dienst, meldde zich ziek op 21 februari 2011 en ontving een WW-uitkering. Het UWV stelde bij besluit van 18 februari 2013 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen niet juist waren ingeschat en overhandigde medische rapporten en dossiers. Het UWV leverde aanvullende rapporten van verzekeringsartsen die de eerdere conclusies bevestigden. De Raad oordeelde dat de medische beoordelingen zorgvuldig en consistent waren en dat de beperkingen niet waren onderschat.
De Raad vond geen aanleiding om een deskundige te benoemen en bevestigde dat de geselecteerde functies binnen de functionele mogelijkheden van appellant lagen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.