ECLI:NL:CRVB:2016:175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar bij te late indiening bijstandintrekking
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college trok de bijstand met ingang van 24 februari 2012 in en vorderde de kosten terug. Appellant maakte bezwaar, maar dit was te laat ingediend. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Hij stelde dat hij de besluiten niet had ontvangen door postbezorgingsproblemen en dat hij vanwege depressieve klachten niet in staat was tijdig bezwaar te maken. Het college had de verzending naar het juiste adres aannemelijk gemaakt.
De Raad oordeelde dat het vermoeden van ontvangst niet was ontzenuwd door appellant. Zijn stellingen werden onvoldoende onderbouwd, en ook de psychische gesteldheid bood geen grond voor verschoonbaarheid. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar bevestigd.