ECLI:NL:CRVB:2016:1732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.G. Hink
- J.T.H. Zimmerman
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende duidelijkheid woon- en leefsituatie
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en gaf een woonadres op. Medewerkers van de gemeente voerden huisbezoeken uit om de woon- en leefsituatie te onderzoeken. Tijdens deze bezoeken werd appellant niet altijd aangetroffen, maar wel een persoon genaamd K, die verklaarde op een ander adres te wonen.
Appellant gaf wisselende verklaringen over de aanwezigheid van K in de woning en de aard van hun relatie, waaronder het aantal nachten dat K verbleef. Medewerkers troffen in de woning kleding en schoenen aan die niet bij appellant leken te horen, wat de onduidelijkheid versterkte. Appellant kon de inconsistenties niet overtuigend verklaren, ook niet met een beroep op taalproblemen.
Het college wees de aanvraag af wegens onvoldoende duidelijkheid over de woon- en leefsituatie, een besluit dat door de rechtbank werd bevestigd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet voldeed aan zijn medewerkingsplicht en dat het recht op bijstand daardoor niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de woon- en leefsituatie.