ECLI:NL:CRVB:2016:1731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.G. Hink
- J.T.H. Zimmerman
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB als alleenstaande. Na een onderzoek door de sociale recherche naar een vermoedelijke gezamenlijke huishouding met R, besloot het college de bijstand over een periode in te trekken en terug te vorderen. De rechtbank vernietigde dit besluit deels, waarna het college een nieuw besluit nam tot terugvordering over een kortere periode.
Appellante voerde aan dat zij niet aan haar verklaring mocht worden gehouden vanwege druk tijdens het verhoor en problematische relatie met R, maar de Raad oordeelde dat de verklaring rechtsgeldig was en voldoende onderbouwd met getuigenverklaringen en politiemutaties. Ook het argument dat R niet zijn hoofdverblijf had op het adres van appellante faalde.
De Raad concludeerde dat appellante en R een gezamenlijke huishouding voerden in de bestreden periode en bevestigde het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand. Het beroep tegen het nader besluit werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding.