ECLI:NL:CRVB:2016:1726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.H. Bangma
- M. Kraefft
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen tenuitvoerlegging voorwaardelijk ontslag wegens vermeend plichtsverzuim ambtenaar defensie
Appellant, werkzaam bij Defensie, werd wegens plichtsverzuim een voorwaardelijk ontslag opgelegd met een proeftijd van twee jaar. De minister stelde dat appellant structureel onvoldoende bereikbaar was en niet verscheen bij de bedrijfsarts, wat plichtsverzuim zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad beoordeelde dat appellant zich tijdig ziek had gemeld en gedurende de relevante periode per e-mail en op zijn vaste telefoon bereikbaar was, wat voldoende was volgens de Regeling ziek- en hersteldmelding defensiepersoneel. De niet verschenen afspraken bij de bedrijfsarts waren gegrond verklaard vanwege medische redenen en twijfel over ontvangst van de uitnodiging. Hierdoor was geen sprake van plichtsverzuim.
De Raad concludeerde dat de voorwaarde voor tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk ontslag niet was vervuld en vernietigde het besluit. Tevens werd het eerdere besluit tot tenuitvoerlegging herroepen. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van kosten en griffierechten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk ontslag wegens plichtsverzuim en herroept het eerdere besluit.