ECLI:NL:CRVB:2016:1722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op vervoersvoorziening voor gewezen militair met dienstverbandaandoeningen
Appellant, een gewezen militair, vorderde een tegemoetkoming voor een auto en vergoeding van eigen bijdrage voor een scootmobiel vanwege beperkingen door dienstverbandaandoeningen. De minister wees deze verzoeken af omdat geen medische indicatie voor een vervoersvoorziening aanwezig was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep handhaaft de Raad dit oordeel. De verzekeringsarts concludeerde dat appellant meer dan 800 meter kan lopen en dat de aandoeningen waarvoor dienstverband is aanvaard geen ernstige beperkingen veroorzaken. Medische stukken overgelegd door appellant bevatten geen nieuwe gegevens over causaliteit of ernst van beperkingen.
Ook het argument van appellant dat het verzekeringsarts-onderzoek onzorgvuldig was, wordt verworpen. De Raad oordeelt dat de thuissituatie en gezondheid van de echtgenote geen rol spelen bij de beoordeling van het recht op voorzieningen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd dat geen recht bestaat op vervoersvoorziening.