ECLI:NL:CRVB:2016:1721
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onterechte intrekking en terugvordering bijstand wegens onduidelijkheid woonadres
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en stond ingeschreven op een adres waar volgens het college een Bulgaars gezin woonde. Het college trok de bijstand in en vorderde terugbetaling wegens vermeende schending van de inlichtingenplicht over het woonadres.
Na onderzoek, waaronder huisbezoeken, verklaringen van getuigen en appellant zelf, concludeerde het college dat appellant niet op het opgegeven adres woonde. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de onderzoeksresultaten onvoldoende waren om die conclusie te dragen.
De Raad stelde vast dat appellant tijdelijk een gezin huisvestte en regelmatig op het uitkeringsadres verbleef. Waarnemingen van een auto bij het adres van de ex-echtgenote boden geen sluitend bewijs dat appellant daar woonde. De Raad vernietigde het bestreden besluit en het besluit tot intrekking, kende wettelijke rente toe en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.