ECLI:NL:CRVB:2016:1709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering op goede grond bevestigd door Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als machinebediende, ontving een WAO-uitkering vanaf april 2010 met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65 tot 80%, gebaseerd op medische beperkingen. Vanaf december 2012 meldde hij zich ziek met toegenomen klachten. Het UWV beëindigde zijn Ziektewet-uitkering per 5 juni 2013 na een verzekeringsarts concludeerde dat appellant geschikt was voor maatgevende arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beëindiging ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsartsen terecht hadden vastgesteld dat appellant geschikt was voor de functie van samensteller kunststof en rubberindustrie. Appellant bracht in hoger beroep nieuwe medische gegevens in, waaronder een diagnose van de ziekte van Forestier.
De Centrale Raad van Beroep volgde het UWV en de rechtbank in hun oordeel. De nieuwe medische gegevens leidden niet tot een ander oordeel over de arbeidsongeschiktheid per 5 juni 2013. Ook een latere herziening van de WAO-uitkering per 1 maart 2014, waarbij zwaardere beperkingen werden vastgesteld, bracht geen verandering in de situatie op de datum van belang.
De Raad bevestigde daarom de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 5 juni 2013 en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 5 juni 2013 en wijst het hoger beroep af.