ECLI:NL:CRVB:2016:1689
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering en postume vrijwillige verzekering ANW
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot, die op dat moment eveneens in Marokko woonde en een AOW-uitkering ontving. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering toe te kennen omdat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was volgens de ANW noch volgens de Marokkaanse wetgeving.
Daarnaast werd een verzoek om postume deelname van de echtgenoot aan de vrijwillige ANW-verzekering afgewezen, aangezien deze mogelijkheid na beëindiging van de verplichte verzekering niet meer bestond en de aanvraag te laat was ingediend. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond en bevestigde deze besluiten.
In hoger beroep stelde appellante dat zij recht had op de uitkering vanwege haar moeilijke financiële situatie, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de echtgenoot niet voldeed aan de verzekeringsvoorwaarden en dat de weigering van postume vrijwillige verzekering terecht was. Ook op grond van het sociale zekerheidsverdrag tussen Nederland en Marokko bestond geen aanspraak.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en wees een veroordeling in proceskosten af. De uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in aanwezigheid van griffier R.I. Troelstra, en op 4 mei 2016 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering en postume vrijwillige verzekering ANW.