Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellanten, die sinds 1998 bijstand ontvangen, verhuisden in februari 2014 naar een grotere woning. Zij vroegen bijzondere bijstand aan voor de kosten van stoffering (bank, tapijt, gordijnen) en dubbele huur. Het college wees deze aanvragen af omdat de verhuizing niet noodzakelijk was, wat werd bevestigd door de rechtbank Gelderland.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de verhuizing niet medisch noodzakelijk was en geen urgentieverklaring bestond. De kosten van stoffering en dubbele huur zijn daardoor niet aan te merken als noodzakelijke kosten in de zin van artikel 35 van Pro de WWB. Appellanten hadden de mogelijkheid om voor deze kosten te reserveren.
Voor de kosten van de bankstel was na de zitting een nieuwe aanvraag toegekend, waardoor het hoger beroep hierover niet-ontvankelijk werd verklaard. De Raad oordeelde dat deze toekenning niet het gevolg was van het hoger beroep, maar van een nieuwe beoordeling.
De Raad bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af voor de stoffering en dubbele huur. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat geen sprake was van tegemoetkoming door het college in het kader van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk voor de bankkosten en afgewezen voor stoffering en dubbele huur; de afwijzing van bijzondere bijstand wordt bevestigd.