ECLI:NL:CRVB:2016:1631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering nabestaandenuitkering wegens ontbreken ANW-verzekering echtgenoot
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot, die eveneens in Marokko woonde en een AOW-pensioen ontving. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering toe te kennen omdat de echtgenoot niet verplicht of vrijwillig verzekerd was voor de ANW.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de echtgenoot niet voldeed aan de verzekeringsvoorwaarden van de ANW. In hoger beroep voerde appellante aan dat het ontvangen AOW-pensioen recht zou geven op de nabestaandenuitkering en benadrukte zij haar moeilijke financiële situatie.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank volledig. Het AOW-pensioen leidde niet tot verplichte verzekering onder de ANW, en de dwingendrechtelijke bepalingen laten geen ruimte voor afwijking, ook niet vanwege de persoonlijke omstandigheden van appellante. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW.