ECLI:NL:CRVB:2016:1614
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet meewerken aan huisbezoek
Appellant diende een aanvraag om bijstand in bij het UWV Werkbedrijf en had een intakegesprek op 6 januari 2014. Aansluitend werd een huisbezoek gepland op het door appellant opgegeven adres, maar appellant was niet thuis aanwezig. Het college wees de aanvraag af omdat appellant onvoldoende inlichtingen gaf over zijn woonsituatie door niet mee te werken aan het huisbezoek.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het niet meewerken aan een huisbezoek alleen gevolgen kan hebben als er een redelijke grond voor het huisbezoek bestaat, wat hier niet werd betwist. Ook was het noodzakelijk het huisbezoek direct na het intakegesprek af te leggen.
Hoewel appellant stelde dat er geen afspraak was voor het huisbezoek om 10:50 uur en dat het bezoek pas in de middag zou plaatsvinden, oordeelde de Raad dat uit het dossier en de gang van zaken bleek dat het huisbezoek direct na het gesprek gepland was. Appellant had geen medewerking verleend en daardoor onvoldoende informatie verstrekt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens het niet meewerken aan een noodzakelijk huisbezoek.