ECLI:NL:CRVB:2016:161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag wegens ongeschiktheid na onvoldoende functioneren bij politie
Appellante was sinds november 2009 werkzaam bij de politie en kreeg op 8 april 2014 een onvoldoende beoordeling over haar functioneren. De korpschef verleende haar op 30 juli 2014 eervol ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid. Appellante maakte bezwaar tegen de beoordeling en het ontslag, maar deze bezwaren werden ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde het besluit over de beoordeling vanwege een te korte beoordelingstermijn, maar verklaarde het bezwaar tegen het ontslag ongegrond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat geen recente beoordeling aan het ontslag ten grondslag lag en dat zij geen reële verbeterkans had gekregen. De Raad oordeelde dat andere documenten voldoende grond vormden en dat appellante voldoende was geïnformeerd over haar functioneren en verbeterpunten. Ook werd geoordeeld dat het niet melden van een affectieve relatie met haar werkcoach en het verlies van haar koppel terecht meewegen bij de vaststelling van ongeschiktheid.
De Raad verwierp het hoger beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 januari 2016.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het eervol ontslag wegens ongeschiktheid van appellante.