ECLI:NL:CRVB:2016:16
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskosten en schadevergoeding na onrechtmatig besluit WWB toeslag
Appellant diende een aanvraag bijstand in volgens de WWB en kreeg aanvankelijk een gemeentelijke toeslag van 10%, later verhoogd naar 15% en uiteindelijk 20%. Hij maakte bezwaar tegen de hoogte van de toeslag en stelde beroep in, maar trok dit in nadat het college de toeslag verhoogde. Appellant verzocht vervolgens om vergoeding van proceskosten en immateriële schade wegens vermeende dossiervervuiling.
De rechtbank wees deze verzoeken af omdat appellant geen professionele rechtsbijstand had ingeschakeld, waardoor proceskosten niet vergoed konden worden, en omdat de gevorderde schade niet aantoonbaar verband hield met het onrechtmatige besluit. De Raad bevestigde dat de zitting openbaar moest zijn en dat reiskosten voor het indienen van stukken niet vergoed worden.
Ook de klacht over overschrijding van de redelijke termijn werd verworpen, aangezien de procedure binnen de wettelijke termijnen bleef en vertragingen door appellant zelf werden veroorzaakt. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak, waarbij het verzoek tot vergoeding van schade werd afgewezen en geen proceskosten werden toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding en schadevergoeding wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.