ECLI:NL:CRVB:2016:1564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Herziening WIA-uitkering wegens onvoldoende motivering duurzaamheid arbeidsongeschiktheid
Werknemer viel in 2010 uit wegens fysieke en later psychische klachten en vroeg in 2013 een WIA-uitkering aan. Het UWV kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe, waarbij werd geoordeeld dat herstel binnen het eerste jaar niet te verwachten was, maar mogelijk daarna via een multidisciplinair revalidatietraject.
Appellante betwistte dit en stelde dat werknemer duurzaam volledig arbeidsongeschikt is, mede op basis van een medisch rapport dat stelt dat een multidisciplinair traject voor werknemer niet beschikbaar of effectief is. De verzekeringsarts bezwaar en beroep van het UWV motiveerde onvoldoende concreet waarom herstel na het eerste jaar verwacht kon worden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt dat de motivering van het UWV onvoldoende is en dat relevante informatie van de behandelend psychiater en huisarts niet is ingewonnen. De medische informatie bevestigt dat de arbeidsbeperkingen duurzaam zijn.
Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en de eerdere besluiten van het UWV en kent werknemer met ingang van 2 juli 2013 een IVA-uitkering toe. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en kosten van de arts-gemachtigde.
Uitkomst: Werknemer krijgt met ingang van 2 juli 2013 een IVA-uitkering toegekend wegens duurzame arbeidsongeschiktheid.