ECLI:NL:CRVB:2016:1527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontslag ambtenaar Belastingdienst
Betrokkene werd in 2013 tijdelijk aangesteld bij de Belastingdienst met een opleidingstraject. Na onvoldoende studieprestaties voor twee vakken en een negatief studieadvies werd hij per 1 februari 2015 eervol ontslagen. De rechtbank vernietigde dit ontslagbesluit wegens onvoldoende motivering en beval hernieuwde bezwaarbehandeling.
De Staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de hernieuwde beslissing op bezwaar op te schorten. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen onverwijlde spoed was, omdat het wettelijke stelsel geen schorsende werking aan hoger beroep toekent en de belangen van de Staatssecretaris onvoldoende zwaarwegend waren.
De Raad concludeerde dat het ontslagbesluit niet per direct hersteld hoeft te worden en dat de nadelen van onmiddellijke uitvoering niet zwaarder wegen dan het wettelijke belang van naleving van de uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van onverwijlde spoed.