ECLI:NL:CRVB:2016:141
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- W.J.A.M. van Brussel
- J.A.M. van den Berk
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid minister wegens onvoldoende zorgvuldig herplaatsingsonderzoek bij eervol ontslag wegens overtolligheid
Appellant was werkzaam bij het Ministerie van Defensie en werd aangewezen als interne herplaatsingskandidaat vanwege overtolligheid. Het interne herplaatsingsonderzoek volgens het Sociaal beleidskader Defensie 2004 (SBK 2004) moest maximaal 24 maanden duren, waarna het externe traject volgde. Appellant volgde een deeltijdopleiding tijdens het interne traject, wat door de minister werd gezien als belemmering voor herplaatsing, waardoor toetsing door de Decentrale Toetsingscommissie Interne Herplaatsing (DTIH) achterwege bleef.
De Raad oordeelde dat het interne herplaatsingsonderzoek niet zorgvuldig was omdat de minister ten onrechte geen toetsing door de DTIH heeft laten plaatsvinden, terwijl appellant prioriteit gaf aan herplaatsing en de opleiding deeltijd volgde. Tevens mocht appellant tijdens het externe herplaatsingsonderzoek niet worden belemmerd in het solliciteren naar interne functies, wat wel gebeurde.
Daarom was de minister niet bevoegd appellant te ontslaan wegens overtolligheid. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat een nieuw zorgvuldig herplaatsingsonderzoek moet worden uitgevoerd, waarbij appellant ook gedurende het externe traject mag solliciteren naar passende functies binnen Defensie. De minister werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot eervol ontslag wegens overtolligheid wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldig herplaatsingsonderzoek.