ECLI:NL:CRVB:2016:1388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant heeft meerdere keren bijstand aangevraagd, waarbij het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal de aanvragen deels afwees of buiten behandeling liet. De eerste aanvraag in 2010 werd afgewezen vanwege een letselschade-uitkering. Een aanvraag in 2012 werd buiten behandeling gelaten zonder rechtsmiddelenclausule, waartegen appellant geen bezwaar maakte. Een latere aanvraag in 2013 leidde tot bijstand vanaf september 2013, maar niet met terugwerkende kracht vanaf maart 2012.
Appellant voerde aan dat bijzondere omstandigheden, zoals het ontbreken van een rechtsmiddelenclausule en verwarring door het college, rechtvaardigen dat bijstand met terugwerkende kracht wordt toegekend. De Raad oordeelde dat het ontbreken van een rechtsmiddelenclausule niet tot verschoonbaarheid leidt als appellant niet binnen redelijke termijn bezwaar maakt. Ook de verwarring door het opvragen van stukken na het besluit was onvoldoende om het college te verplichten bijstand met terugwerkende kracht te verlenen.
Verder stelde appellant dat hij in maart 2012 een aanvraag had ingediend, maar het college ontkende dit en appellant maakte dit niet aannemelijk. De Raad concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een terugwerkende bijstandsverlening rechtvaardigen en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van bijstand met terugwerkende kracht wordt bevestigd.