ECLI:NL:CRVB:2016:1356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsongeschiktheid en weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende beperkingen
Appellant, werkzaam als beveiliger, viel op 13 januari 2011 uit wegens psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde bij besluit van 19 november 2012 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Dit besluit werd bij bezwaar op 18 juli 2013 gehandhaafd en de rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de lichamelijke klachten, waaronder versleten nekwervels en een operatie in augustus 2015, onvoldoende waren meegewogen. De Raad oordeelde echter dat deze latere medische bevindingen niet relevant waren voor de peildatum 10 januari 2013. De verzekeringsartsen hadden de beperkingen adequaat vastgesteld op basis van dossieronderzoek, lichamelijk en psychisch onderzoek, en aanvullende rapporten.
De Raad concludeerde dat de voor appellant geselecteerde functies medisch passend waren en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht was vastgesteld op minder dan 35%. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.