ECLI:NL:CRVB:2016:1354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging medische beoordeling en voortzetting WAO-uitkering na herziening
Appellant ontvangt sinds 2003 een WAO-uitkering vanwege darm-, rug-, hartklachten en suikerziekte. Na een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid in 2012 heeft het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid opnieuw beoordeeld en vastgesteld dat deze ongewijzigd bleef tussen 45 en 55%.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt was vanwege verergerde klachten, waaronder pijn op de borst en uitval van het linkerbeen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep bevestigde de eerdere medische beoordeling na kennisneming van aanvullende informatie van de huisarts en cardioloog. Het bezwaar werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep bracht appellant nieuwe medische informatie in, maar deze gaf geen aanleiding tot herziening van de beoordeling. De rechtbank oordeelde dat de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit juist waren. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en ziet geen aanleiding tot het raadplegen van een onafhankelijke deskundige.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de WAO-uitkering wordt ongewijzigd voortgezet met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%.