ECLI:NL:CRVB:2016:1351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds 2007 een WAO-uitkering wegens psychische klachten met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV beëindigde deze uitkering per 29 mei 2013 na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, omdat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat de bevindingen van de verzekeringsartsen juist waren.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen door medicatie en energetische beperkingen onvoldoende waren meegewogen, verwijzend naar een psychiatrisch rapport. Het UWV vroeg bevestiging van het eerdere oordeel. De Raad beoordeelde dat de medische stukken geen aanleiding gaven om te twijfelen aan de eerdere conclusies. De functionele mogelijkhedenlijst hield voldoende rekening met de beperkingen en de voorgestelde functies overschreden de belastbaarheid niet.
De Raad concludeerde dat appellante op de datum in geschil niet meer beperkt was dan vastgesteld en dat het hoger beroep daarom geen doel trof. De eerdere uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante op 29 mei 2013 minder dan 15% arbeidsongeschikt was en wijst het hoger beroep af.