ECLI:NL:CRVB:2016:1289
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, laatst werkzaam als inpakster, vroeg een WIA-uitkering aan wegens zwangerschapsgerelateerde klachten en andere gezondheidsproblemen. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek en arbeidsdeskundig advies vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af.
In bezwaar en bij de rechtbank werd het besluit bevestigd. Appellante voerde aan dat haar psychische en lichamelijke beperkingen onvoldoende waren meegewogen, maar de rechtbank vond dat de medische grondslag juist was en dat de toegenomen klachten na de beslisdatum niet in aanmerking konden worden genomen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen over onderschatting van haar beperkingen, onder meer door psychische klachten als gevolg van mishandeling. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de medische stukken geen aanleiding gaven tot extra beperkingen en dat de geselecteerde functies passend waren.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.