Uitspraak
mr. M.A. de Ronde.
OVERWEGINGEN
BESLISSING
B. Dogan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 april 2016.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, van Syrische-Turkse afkomst en zonder rechtmatig verblijf in Nederland, heeft sinds 2008 maatschappelijke opvang ontvangen op grond van de Wmo vanwege medische problematiek. Diverse besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Arnhem hebben de opvang verlengd of beëindigd, waarbij bezwaarprocedures door appellant ongegrond werden verklaard of niet-ontvankelijk.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant tegen enkele besluiten niet-ontvankelijk en andere ongegrond, met als overweging dat het college niet gehouden was maatschappelijke opvang te bieden omdat appellant zich kon melden bij de Dienst Terugkeer en Vertrek voor opvang in een Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL) in Ter Apel. Appellant voerde in hoger beroep aan dat beëindiging van de opvang in strijd was met het EVRM en dat de huidige opvang niet adequaat was.
De Raad oordeelt dat appellant geen aanspraak kan maken op individuele voorzieningen op grond van artikel 8 van Pro de Wmo omdat hij geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft. Tevens bevestigt de Raad dat het college de maatschappelijke opvang mocht beëindigen omdat appellant zich kon melden bij de VBL. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en wijst op eerdere jurisprudentie dat het gebruik van voorzieningen in een VBL een redelijke grond is voor beëindiging van opvang.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van maatschappelijke opvang bevestigd.