ECLI:NL:CRVB:2016:1187
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens voldoende medische grondslag en passende functies
Appellant was zelfstandig ondernemer en viel uit met diverse medische klachten waaronder diabetes mellitus en verhoogde slaperigheid. Na medisch onderzoek en beoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelde het UWV vast dat appellant beperkingen had maar geschikt was voor passende arbeid, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond.
Appellant voerde bezwaar en beroep aan tegen het besluit, stellende dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de arbeidskundige beoordeling juist was.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep de overwegingen van de rechtbank overgenomen. De Raad vond geen aanleiding voor aanvullend medisch onderzoek en oordeelde dat de medicatie en beperkingen van appellant voldoende waren meegewogen. Ook het opleidingsniveau en de geschiktheid voor passende functies waren correct vastgesteld.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de weigering van de WIA-uitkering standhoudt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.