ECLI:NL:CRVB:2016:1163
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- C.H. Bangma
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere uitkering op grond van de Regeling Ereschuld voor militair met PTSS
Betrokkene, een gewezen militair met een vastgesteld militair invaliditeitspensioen en een mate van invaliditeit van 50%, vordert een bijzondere uitkering op grond van de Regeling Ereschuld. De Minister van Defensie kende een uitkering toe op basis van deze 50% invaliditeit, terwijl betrokkene stelde dat de hogere arbeidsongeschiktheidsklasse van 80-100% volgens de WIA in aanmerking genomen moest worden.
De rechtbank oordeelde dat de motivatie van de Minister onvoldoende was om de lagere invaliditeitspercentage te hanteren en gaf opdracht tot een nieuwe beslissing. De Minister ging in hoger beroep tegen dit oordeel.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de beoordeling van de bijzondere uitkering een administratieve beoordeling is, waarbij de mate van invaliditeit met dienstverband op de peildatum leidend is. De Raad vond de motivering van het bestreden besluit voldoende en oordeelde dat de PTSS als dienstverbandaandoening onderliggend was bij de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en de bijzondere uitkering wordt toegekend op basis van 50% invaliditeit.