ECLI:NL:CRVB:2016:1143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen boetebesluit studiefinanciering wegens termijnoverschrijding
Appellant kreeg een boete opgelegd omdat hij niet woonachtig was op het adres waar hij in de gemeentelijke basisregistratie persoonsgegevens stond ingeschreven. Het bezwaar tegen deze boete werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat de beroepstermijn van zes weken was overschreden en deze overschrijding niet verschoonbaar was.
In hoger beroep stelde appellant dat het besluit ten onrechte naar het oude adres was verzonden, waardoor hij niet tijdig op de hoogte was. Ook voerde hij aan dat het ontbreken van een verzenddatum op het besluit de termijnoverschrijding onduidelijk maakte en dat persoonlijke omstandigheden de overschrijding rechtvaardigden.
De Raad oordeelde dat het bestuursorgaan aan de bekendmakingsverplichting had voldaan door het besluit naar het laatst bekende adres te sturen en dat appellant zelf verantwoordelijk was voor het doorgeven van een correct adres. Het ontbreken van een verzendstempel was verklaard door het verzendsysteem en vormde geen bezwaar. De persoonlijke omstandigheden van appellant waren onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare redenen.