Uitspraak
17 september 2014, 14/1276 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante, met de Guinese nationaliteit, ontving een tegemoetkoming scholieren op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. De minister herzag deze toekenning omdat appellante niet voldeed aan de nationaliteitseis en vorderde het reeds uitbetaalde bedrag terug. Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening, maar dit bezwaar werd door de rechtbank alsnog niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
De rechtbank oordeelde dat de medische verklaring die appellante overlegde onvoldoende inzicht gaf in de aard en ernst van haar psychiatrische problematiek gedurende de relevante periode, en dat niet aannemelijk was dat zij niet in staat was hulp te vragen. Appellante stelde in hoger beroep dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege een afdoende medische verklaring en voerde inhoudelijke gronden aan over haar recht op de tegemoetkoming.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het bezwaar niet ontvankelijk was vanwege de termijnoverschrijding. De medische verklaringen in hoger beroep deden hieraan niets af. Daarom kwam de Raad niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van het bezwaar en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding zonder voldoende medische onderbouwing.