ECLI:NL:CRVB:2016:1027

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 maart 2016
Publicatiedatum
23 maart 2016
Zaaknummer
14-4217 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep en proceskostenvergoeding in sociale zekerheidszaak

In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV heeft vervolgens op 7 oktober 2015 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarbij het geheel tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant. Naar aanleiding hiervan heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding.

De Centrale Raad van Beroep heeft met toestemming van partijen het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het bestuursorgaan, hier het UWV, veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in beroep en hoger beroep.

De proceskosten zijn begroot op €992 in beroep en €496 in hoger beroep, tezamen €1.488. De vergoeding van het betaalde griffierecht is niet door de Raad toegewezen, maar appellant kan dit rechtstreeks bij het UWV claimen. De uitspraak is gedaan door M. Greebe, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, op 23 maart 2016.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.488 aan proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 23 maart 2016
14/4217 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van
20 juni 2014, 14/733 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.M. Krommendijk hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 7 oktober 2015 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 11 november 2015 heeft mr. J. Heek, opvolgend gemachtigde, namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 7 oktober 2015 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
Aangezien het Uwv reeds heeft besloten tot vergoeding van de gemaakte kosten in de bezwaarfase, staan de Raad nog ter beoordeling de in beroep en hoger beroep gemaakte kosten.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 992,- in beroep en € 496,- in hoger beroep.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.488,-.
Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 maart 2016.
(getekend) M. Greebe
(getekend) K.R. van Renswoude

NK