ECLI:NL:CRVB:2015:919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft op 3 november 2011 een WIA-uitkering aangevraagd wegens klachten aan haar nek met uitstraling naar haar linkerarm, waardoor zij sinds februari 2010 arbeidsongeschikt is voor haar functie als ambtenaar bij een gemeente. Het UWV heeft op 27 december 2011 vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. Dit besluit is bij bezwaar en beroep gehandhaafd.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard en geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de medische beperkingen adequaat zijn meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Een door appellante overgelegde brief van een neurochirurg leidde niet tot een ander oordeel.
In hoger beroep heeft appellante een expertiserapport van een neuroloog ingebracht, waarin zij stelt niet in staat te zijn om 30 uur per week te werken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft dit rapport gemotiveerd weerlegd, stellende dat het rapport geen passend onderzoek bevat dat een duurzame en consistente urenbeperking aantoont. De Raad onderschrijft deze motivering en bevestigt dat appellante in staat wordt geacht de maatgevende arbeid te verrichten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.