ECLI:NL:CRVB:2015:880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- C.G. Kasdorp
- P.H. Banda
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid volledige arbeidsongeschiktheid bij ziekte van Lyme voor WIA-uitkering
Appellant, voormalig veldecoloog, staakte zijn werkzaamheden in maart 2009 vanwege de ziekte van Lyme. Het UWV kende hem per 2 augustus 2011 een loongerelateerde WGA-uitkering toe, met een arbeidsongeschiktheid van 100%, maar wees een IVA-uitkering af wegens het ontbreken van duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de verzekeringsarts voldoende had gemotiveerd dat er binnen een redelijke termijn kans op herstel bestond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij recht had op een IVA-uitkering en verzocht om een deskundigenonderzoek.
De Raad oordeelde dat de inschatting van de verzekeringsarts, gebaseerd op medische literatuur en een concreet stappenplan, aannemelijk maakt dat de klachten van de ziekte van Lyme gemiddeld 4,7 jaar duren en dat er een redelijke verwachting is dat na deze periode geen beperkingen meer zullen bestaan. De medische prognose van de arbeidsdeskundige was niet doorslaggevend.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waarmee de toekenning van de WGA-uitkering en de weigering van de IVA-uitkering gehandhaafd blijven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt de toekenning van een WGA-uitkering zonder IVA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.