ECLI:NL:CRVB:2015:842
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verhoging WAO-uitkering wegens geen toename beperkingen
Appellant ontvangt sinds 1993 een WAO-uitkering en heeft in 2011 een verzoek ingediend voor herbeoordeling wegens vermeende toename van arbeidsongeschiktheid.
Het UWV heeft dit verzoek afgewezen na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek waarin werd geconcludeerd dat de beperkingen van appellant, vastgesteld in 2008, niet zijn toegenomen. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd en geoordeeld dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stelling dat zijn longklachten zijn toegenomen en dat de verzekeringsartsen onvoldoende aandacht aan deze klachten hebben besteed. Hij overlegde medicatiegegevens uit 2013 en 2014 en verzocht om een nieuw onderzoek.
De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen sinds 2008 niet zijn toegenomen. De medicatiegegevens vallen buiten de relevante periode en bieden geen aanleiding tot twijfel aan het oordeel van de verzekeringsartsen.
Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten aan appellant opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag tot verhoging van de WAO-uitkering wordt afgewezen omdat de beperkingen niet zijn toegenomen.