ECLI:NL:CRVB:2015:839
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij zorgindicatie
Appellante stelde hoger beroep in tegen een zorgindicatiebesluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, rechtsopvolger van Bureau Jeugdzorg. Tijdens de procedure bereikten partijen overeenstemming over de indicatie voor een zorgzwaartepakket GGZ 3C voor de periode van 16 juni 2009 tot en met 15 juni 2010.
De Raad schortte het onderzoek op om partijen de gelegenheid te geven een schikking te treffen. Nadat het college de indicatie op 4 februari 2014 had vastgesteld en partijen overeenstemming bereikten, verzocht appellante om aanhouding van de procedure wegens praktische afwikkeling bij het zorgkantoor.
De Raad verleende meerdere malen uitstel, ondanks dat het wachten op de afwikkeling buiten de procedure viel. Omdat appellante het hoger beroep niet introk en het ongewenst was de zaak langer aan te houden, besloot de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens het ontbreken van enig procesbelang. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.