ECLI:NL:CRVB:2015:835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- K.J. Kraan
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vaste aanstelling wegens verminderd werkaanbod en bezuinigingen
Appellant was vanaf juni 2009 tijdelijk aangesteld bij de Dienst Stadsbeheer en kreeg een verlengde proeftijdaanstelling tot januari 2011. Het college besloot de tijdelijke aanstelling niet te verlengen en weigerde een vaste aanstelling. De beoordeling van appellant was aanvankelijk onvoldoende, maar deze beoordeling werd later ingetrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat volgens vaste rechtspraak ook kan worden afgezien van een vaste aanstelling bij gewichtige omstandigheden zoals bezuinigingen en verminderd werkaanbod. Het college had dit voldoende onderbouwd met verslagen en overlegstukken.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank niet alle gronden had besproken en dat het college wisselende argumenten gebruikte. De Raad oordeelde dat de rechtbank niet op alle gronden hoefde in te gaan en dat de motieven van verminderd werkaanbod en bezuinigingsnoodzaak al vanaf het begin een rol speelden. Ook de stelling dat het werkaanbod niet meer als factor mocht gelden werd verworpen.
De Raad concludeerde dat het college aannemelijk had gemaakt dat er onvoldoende werk was en dat de proeftijdaanstelling terecht niet werd omgezet in een vaste aanstelling. De stelling dat na vertrek van appellant zijn functie door een ander werd ingenomen, was onvoldoende onderbouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van een vaste aanstelling bevestigd.