ECLI:NL:CRVB:2015:817
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet naleven inlichtingenplicht en onvoldoende verblijf in erkende nachtopvang
Appellant ontving bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) met een toeslag voor daklozen. Na detentie werd de bijstand ingetrokken omdat zijn woon- en leefsituatie onduidelijk was en hij niet voldeed aan de voorwaarde van minimaal verblijf in erkende nachtopvang. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep.
De Raad benadrukt dat controleerbare gegevens over verblijfplaats essentieel zijn voor het vaststellen van recht op bijstand. De Adreslozenregeling van Rotterdam vereist minimaal zeventien nachten verblijf in erkende nachtopvang per maand. Appellant verbleef slechts acht nachten en heeft niet gemeld dat hij wegens schorsing of volheid elders moest verblijven.
Het niet melden van deze omstandigheden wordt gezien als schending van de inlichtingenplicht, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep faalt daarom en de intrekking van de bijstand blijft in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens onvoldoende verblijf in erkende nachtopvang en schending van de inlichtingenplicht.