ECLI:NL:CRVB:2015:803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-wonen op opgegeven adres
Appellant ontving bijstand sinds november 2009 en stond ingeschreven op het adres van zijn moeder. Naar aanleiding van anonieme tips startte de sociale recherche een onderzoek naar zijn woonsituatie, waarbij huisbezoeken en verhoren plaatsvonden. Het college besloot de bijstand in te trekken en terug te vorderen over de periode dat appellant niet op het opgegeven adres woonde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij tot augustus 2011 wel op het opgegeven adres woonde en betwistte verklaringen van derden. De Raad oordeelde dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant niet op het opgegeven adres woonde, mede op basis van verklaringen van de moeder, appellant zelf en de (ex-)vriendin.
Het hoger beroep slaagde niet en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.