ECLI:NL:CRVB:2015:799

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 maart 2015
Publicatiedatum
17 maart 2015
Zaaknummer
13-5912 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij bijstandsaanvraag

Appellant diende op 5 april 2011 een aanvraag om bijstand in bij het Drechtstedenbestuur. Deze aanvraag werd bij besluit van 14 april 2011 afgewezen, waarbij het besluit op dezelfde dag aan appellant werd verzonden. Het bezwaar tegen dit besluit werd pas op 9 augustus 2012 ingediend, ruim na de wettelijke termijn.

De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en vernietigde het bestreden besluit. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.

De Raad stelde vast dat het besluit uiterlijk in september 2011 aan gemachtigde was verzonden en dat de bezwaartermijn vanaf dat moment liep. De stelling van appellant dat binnen zes weken na deze bekendmaking bezwaar was gemaakt, werd ter zitting niet onderbouwd met bewijs. Daarom werd aangenomen dat het bezwaar te laat was ingediend.

De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.

Uitspraak

13/5912 WWB
Datum uitspraak: 17 maart 2015
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
19 september 2013, 13/456 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplats] (appellant)
het Drechtstedenbestuur (Drechtstedenbestuur)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft A.B. Schipper (gemachtigde) hoger beroep ingesteld.
Het Drechtstedenbestuur heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 februari 2015. Namens appellant is gemachtigde Schipper verschenen
.Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door
A. Kleijn.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1.
Op 5 april 2011 heeft gemachtigde namens appellant een aanvraag ingediend om bijstand.
1.2.
Bij besluit van 14 april 2011 heeft het Drechtstedenbestuur de aanvraag van appellant afgewezen. Dit besluit is op dezelfde datum aan appellant verzonden.
1.3.
Bij besluit van 13 december 2012 (bestreden besluit) heeft het Drechtstedenbestuur het bezwaar ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank heeft zelf in de zaak voorzien en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Hieraan heeft de rechtbank ten grondslag gelegd dat het besluit van 14 april 2011 uiterlijk in september 2011 aan gemachtigde is gezonden en dat de bezwaartermijn toen is gaan lopen. Het bezwaarschrift, dat dateert van 9 augustus 2012, is niet tijdig ingediend.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken grond tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Vaststaat dat het besluit van 14 april 2011 uiterlijk in september 2011 alsnog aan gemachtigde is verzonden en dat hij dit heeft ontvangen. De termijn voor het maken van bezwaar is een dag na deze bekendmaking aangevangen.
4.2.
Ter zitting van de Raad heeft gemachtigde aangevoerd dat hij binnen zes weken na de in
4.1
bedoelde bekendmaking een bezwaarschrift heeft afgegeven bij de Sociale Dienst Drechtsteden. De stukken bieden echter geen aanknopingspunt voor dit voor het eerst ter zitting ingenomen standpunt. Dit betekent dat ervan moet worden uitgegaan dat appellant pas in augustus 2012 in bezwaar is gekomen van het in september 2011 bekendgemaakte besluit. Dat is te laat.
4.3.
Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door van P.W. van Straalen, in tegenwoordigheid van
M.S. Boomhouwer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 maart 2015.
(getekend) P.W. van Straalen
(getekend) M.S. Boomhouwer

HD