ECLI:NL:CRVB:2015:755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens toepassing Kroatische sociale zekerheidswetgeving
Appellante was werkzaam bij de Nederlandse Ambassade in Kroatië en viel aanvankelijk onder de Nederlandse sociale verzekeringswetgeving. Vanaf 1 september 2009 verleenden de Kroatische autoriteiten geen toestemming meer voor afwijking van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Kroatië, waardoor appellante onder de Kroatische wetgeving viel.
Het Uwv wees haar aanvraag voor een WW-uitkering af omdat zij niet onder de Nederlandse wetgeving viel en het Verdrag exclusieve werking heeft. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit maar handhaafde de rechtsgevolgen, stellende dat appellante geen aanspraak kon maken op WW.
In hoger beroep voerde appellante aan dat artikel 33 van Pro het Verdrag niet van toepassing was op haar situatie als remigrerende werknemer. De Raad oordeelde echter dat het Verdrag exclusief voorschrijft welke wetgeving geldt, dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden voor WW-uitkering, en dat het Verdrag geen zelfstandige aanspraak op WW biedt.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen aanspraak heeft op een WW-uitkering omdat zij onder de Kroatische sociale zekerheidswetgeving viel.